Slimmer trainen door je conditie meetbaar te maken

Hardlopen lijkt op het eerste gezicht eenvoudig. Schoenen aan, naar buiten en kilometers maken. Wie gericht aan zijn conditie of een sportief doel wil werken, merkt echter al snel dat er meer bij komt kijken. Hoe hard moet je lopen tijdens een rustige training? Wanneer train je juist intensief? En hoe weet je of je conditie daadwerkelijk verbetert? Met objectieve metingen kun je meer inzicht krijgen in wat er tijdens inspanning in je lichaam gebeurt.

Trainingszones zijn persoonlijk

Veel hardlopers gebruiken tempo of hartslag om de intensiteit van een training te bepalen. Dat is nuttig, maar algemene trainingszones zijn niet voor iedere sporter even nauwkeurig. Leeftijdsformules en standaardtempo’s houden immers beperkt rekening met individuele verschillen.

Persoonlijke trainingszones kunnen helpen om gerichter te trainen. Een rustige duurloop hoort bijvoorbeeld daadwerkelijk rustig genoeg te zijn om het gewenste trainingsdoel te bereiken. Een intensieve training mag daarentegen voldoende prikkel geven. Wie voortdurend te hard of juist te rustig loopt, haalt mogelijk minder uit de beschikbare trainingstijd.

Wat vertelt een lactaattest

Tijdens inspanning maakt het lichaam lactaat aan. Naarmate de intensiteit stijgt, verandert de lactaatconcentratie in het bloed. Door tijdens een progressieve inspanning op verschillende momenten te meten, ontstaat informatie over hoe het lichaam reageert op een toenemende belasting.

Een Rennr lactaattest combineert zo’n progressieve inspanningstest met lactaatmetingen. Op basis van de verzamelde gegevens kunnen persoonlijke trainingszones worden bepaald. Daarmee krijgt een hardloper concretere informatie over de intensiteit waarop verschillende trainingen kunnen worden uitgevoerd.

Cijfers krijgen pas waarde in de praktijk

Een testresultaat is vooral nuttig wanneer het wordt vertaald naar trainingen. Stel dat uit een inspanningstest blijkt dat je rustige duurtrainingen structureel te intensief uitvoert. Dan kan een aanpassing ervoor zorgen dat je deze trainingen beter laat aansluiten bij hun doel.

Hetzelfde geldt voor intensievere sessies. Objectieve gegevens kunnen helpen bij het bepalen van passende tempo’s en intensiteiten. Via rennr.be wordt testing daarom gecombineerd met mogelijkheden voor begeleiding bij onder andere loopschema’s en krachttraining.

Dat betekent overigens niet dat iedere training volledig door cijfers bepaald moet worden. Ook slaap, herstel, stress en hoe je je tijdens een training voelt blijven relevante signalen.

Ook looptechniek kan worden onderzocht

Prestaties worden niet uitsluitend bepaald door conditie. De manier waarop iemand beweegt tijdens het lopen speelt eveneens een rol. Een loopscreening kan inzicht geven in het functioneren van het lichaam en het daadwerkelijke looppatroon.

Door functionele tests te combineren met objectieve analyse kunnen aandachtspunten zichtbaar worden. Dat kan bijvoorbeeld relevant zijn wanneer een hardloper efficiƫnter wil bewegen of regelmatig met dezelfde lichamelijke klachten te maken krijgt.

Trainen met een duidelijker doel

Meer trainen is niet automatisch beter trainen. Een goed opgebouwd trainingsprogramma bevat een passende verhouding tussen belasting en herstel. Persoonlijke gegevens kunnen helpen om die verhouding nauwkeuriger af te stemmen.

Voor recreatieve lopers kan dat betekenen dat trainingen overzichtelijker worden. Voor sporters met een concreet wedstrijd- of prestatiedoel bieden metingen extra houvast om de beschikbare trainingsuren gericht in te vullen. Zo worden data geen doel op zichzelf, maar een hulpmiddel om bewuster met training en herstel om te gaan.